In deze interviewreeks komt iedere keer een taxicentrale aan het woord. Zo werpen we een blik op dit deel van de taxibranche. Wat gaat er goed? Wat gaat er niet goed? Wat is er nodig voor de toekomst? Deze keer staat de Rotterdamse Taxi Centrale (RTC) centraal. Directeur Perry van Ham: “Er moet een balans moet zijn tussen een verdienmodel voor de chauffeur en een aantrekkelijke prijs voor de klant.”
Wat gaat er minder goed in de taxibranche?
“Er zijn natuurlijk veel ontwikkelingen op de markt. Dat is wel wat je meemaakt, natuurlijk. Er zijn een hoop platformen die in principe prijzen aanbieden die onder onze prijzen liggen.”
Hoe gaan jullie om met die concurrentie?
“We hebben onze prijzen enigszins verlaagd. Maar op een gegeven moment moet de ondernemer wel zijn exploitatie rondkrijgen. Dus ja, we verwachten dat hij in een elektrisch voertuig rijdt. Dat wordt op een gegeven moment verplicht vanuit de Rijksoverheid. Of dat nog steeds zo is, weet ik niet. Maar je ziet dat bepaalde organisaties zulke lage tarieven rekenen, dat ik denk dat je voor zulke tarieven geen gezonde exploitatie rond krijgt. Dan krijg je chauffeurs die starten, een tijdje rijden en dan weer van het toneel verdwijnen.”
“Kijk, een zzp’er moet zich ook kunnen verzekeren – voor als hij ziek is, of voor als hij een ongeval heeft, of dat hij een bepaalde reserve heeft. Dat hij ook op vakantie kan, of als er iets gebeurt met de verzekering die omhooggaat door eigen schuldschade, dat hij ook die wat hogere premie kan betalen.”
“In principe, door de prijs te laten zakken, trek je wel alle consumenten naar je toe. Dat is logisch. Maar ik denk dat er een balans moet zijn tussen een verdienmodel voor de chauffeur en een aantrekkelijke prijs voor de klant.”
Welke veranderingen zijn daar dan voor nodig, voor in de toekomst?
“Wij hebben als organisatie natuurlijk geen vat op de prijzen. Die worden bepaald door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Zij hebben onze maximale prijs voorgeschreven. Je zou ook een minimale prijs voor kunnen schrijven, zodat je een bandbreedte hebt tussen een minimale en een maximale prijs.”
“Als de Rijksoverheid een minimale prijs zou voorschrijven, dan gaan ze die prijsvechters tegen die in principe niet voor de lange adem gaan. Je kunt heel laag gaan zitten met je prijs, maar je kunt je dan afvragen: voor wie is dat goed? Dat is zeker goed voor de consument, maar dat is vaak niet heel goed voor de chauffeur. En als je een prijsvechter op een markt hebt, dan moeten andere organisaties ook mee, want je biedt eigenlijk dezelfde dienst aan – anders verlies je best een aandeel in de markt. Ik denk dat de meeste taxibedrijven wel een aandeel verliezen. En die platformen of WhatsApp-groepen, die hebben misschien minder overhead, zijn misschien beter geautomatiseerd, hebben misschien geen kantoor en misschien geen actieve klachtenafhandeling.”
Wat gaat er goed?
“Wij zijn heel modern geautomatiseerd door Intenda Net, een bedrijf uit Kroatië die een systeem op maat heeft gebouwd. Hiermee bieden we de klanten diverse moderne bestelmogelijkheden. Zoals bestellen met de app, maar ook met WhatsApp, en grote klanten met een API. De ritten worden verdeeld door ons systeem, gaan naar de chauffeurs en worden dan ontvangen op een DriversApp. De ritten worden verzonden met ritgegevens en de vaste prijs. Op deze manier kunnen we de klanten bedienen naar tevredenheid.”
Heeft RTC nog genoeg ritten en klanten?
“Wij hebben een hele mix, we rijden iedereen. We rijden ook als onderaannemer voor diverse opdrachtgevers. Daar hebben we goede relaties mee.”
“Wij rijden voor organisaties die werk hebben in de contractmarkt. Dan hebben we een dochtermaatschappij, RMC, die heeft een groot contract in Amsterdam en een groot contract in Rotterdam. We zitten op de particuliere taximarkt. En we gebruiken social media om onze klanten te bereiken, met 3-maandelijkse posts op Facebook en Instagram. Ook houden we ons actief bezig met de Ads-campagne op Google. En omdat we al 50 jaar bestaan, zijn we natuurlijk een bekende naam. We hebben daarnaast een afdeling zakelijk vervoer onder de naam Bizdrive. Voor een goed relatie met de klanten, hebben we onze salesafdeling – die onderhouden de bestaande relaties en zoeken naar nieuw werk.”
“We doen eigenlijk alles op het gebied van vervoer: met vierpersoonswagens, met busjes, en rolstoelvervoer. We verzorgen een deel van het landelijke ouderenvervoer voor Transvision, dat is ook een onderneming waar we voor de helft eigenaar van zijn. Dus we hebben wel een heel gevarieerd werkaanbod. Als het ene werk afneemt op een bepaald gebied en minder aantrekkelijk is, dan moet je je misschien focussen op ander werk, bijvoorbeeld op contractvervoer of zorgvervoer. Dat heb ik met RTC ook gedaan.”
Wat hebben jullie gedaan?
“We hebben bepaalde dingen gedaan om ons een beetje te stabiliseren in die markt. Zo bieden we een vaste prijs aan en hebben we de reistijd eruit gehaald. Dus als de klant belt en hij weet de eindbestemming te vermelden van de rit, dan krijgt hij een vaste prijs. Wat misschien ook een beetje wat rust geeft voor een klant, is dat hij weet waar hij aan toe is. We geven ook 25 procent korting op het meterbedrag. Dus daar hebben we ook wat in gedaan. Maar ja, op een gegeven moment is er voor ons de rek er een beetje uit. Bij andere partijen zit er veel meer rek in, op de een of andere manier.”
Bedoel je bij de platformen?
“Ja, bijvoorbeeld. Ik weet niet of die een winstoogmerk hebben. Wij hebben niet per se een heel groot winstoogmerk, omdat wij ook werken met chauffeurs die aandeelhouder zijn. Als je die gaat belasten, en weer terug gaat geven in de vorm van dividend, dan heb je een sigaar uit eigen doos. Dat heeft dus geen zin.”

